MY BABY: ‘Als je eenmaal in beweging komt, dan wil je niet gestopt worden’

Terwijl op het festival Vestrock de muziek over het veld schalt, zitten we met de leden van MY BABY op een relatief rustige plek. Zij hebben net even de tijd om wat vragen van CHAOS Music Magazine te beantwoorden over de enorme groei die zij als band doormaken en over de trance die zij proberen te laten ontstaan bij hun optredens.

Het gaat zo goed met jullie; zowel in binnen- als buitenland komen er veel mensen op jullie optredens af.
Cato van Dyck: We zijn al bijna vijf jaar bezig en hebben zó veel shows gespeeld in die jaren. Dus dat het zijn vruchten afwerpt en dat we nu steeds meer erkenning krijgen, is natuurlijk heel welkom. Zeker als je er zelf ook zo hard voor werkt en je die ambitie hebt. Dat we een alternatieve route bewandelen en dan toch mainstage op dit soort festivals mogen staan is wel te gek.

MY BABY

Joost van Dyck: Het voelt voor ons als heel geleidelijk succes. Misschien dat het voor mensen van buitenaf opeens snel is gegaan, omdat we geen hits hebben gehad. We hebben gewoon heel veel gespeeld en dan werden we steeds weer teruggevraagd.
C: We hebben overal zo’n beetje dezelfde soort groei te pakken, zowel in Nederland als in het buitenland. In sommige landen gaat het wel sneller dan in andere. In Kroatië zijn er bijvoorbeeld minder mensen en minder festivals en daar speelden we direct op hét festival van Kroatië. Daarmee waren we daar opeens een gevestigde band. Maar een land als Duitsland is enorm. Je kunt er op veel festivals spelen en dan krijg je niet zo snel landelijke aandacht. Het is voor ons ook bijzonder dat wij zoveel aandacht en fans krijgen met een stijl die nogal alternatief is, met muziek die je niet perse op de radio hoort.
J: Daar hebben we onze show op aangepast, omdat we in het buitenland op veel nieuwe plekken komen, waardoor we steeds nieuwe mensen voor onze neus krijgen. Misschien is daarom onze live sound wel anders: dat groeit zo omdat je voelt wat er gebeurt. Je ziet aan het publiek of iets werkt en als het publiek het leuk vindt, is het voor onszelf ook leuk.
C: Dan krijg je zelf de energie terug van het publiek, dat is een soort wisselwerking.

Jullie spelen zowel veel op festivals als in zalen, tijdens jullie clubtour. Dat verschilt nogal van elkaar, wat betreft ambiance.
C: Ja, het is wel anders. Op een clubtour komt natuurlijk óns publiek, dat ons bijvoorbeeld op een festival heeft gezien en besloot een kaartje te kopen. Je hoeft daar mensen minder van het begin af aan te overtuigen. Bij een festival als dit is het altijd alsof je op de markt staat en je product verkoopt aan mensen waarvan een groot deel je nog niet kent. Bij clubshows kunnen we spelen wat we zelf willen.
J: Daar kunnen we meer een theatrale show maken. Op festivals maken we meer een kortstondig feestje. Er is een groot verschil tussen het ene en het andere festival. Soms spelen we op een dancefestival, dan weer op een rockfestival zoals vandaag en een andere keer op een jazzfestival. Op al die verschillende festivals passen we ons een beetje aan. We worden niet een totaal andere band, maar we vinden het leuk om onze nummers verschillend te brengen.

Cato van Dyck

Verschillend brengen? Leg eens uit.
C: We kunnen onze muziek anders uitdragen of we kunnen een andere setkeuze maken. We zijn heel vrij om te improviseren, omdat we niet vastzitten aan sequencers of computers. Er loopt niks mee met de muziek, dus we kunnen rigoureuse besluiten nemen tijdens de set.
J: We hebben ook geen hit, dus mensen verwachten niet een bepaald loopje.
C: Je hebt niet zo dat je vastzit aan een aantal nummers die je móet spelen, zoals bepaalde andere artiesten wel hebben. Bij ons komen ze toch meer voor de hele ervaring dan voor losse nummers.

Hoe komen jullie nummers tot stand?
C: Het begint altijd conceptueel. We hebben het erover, van: zo’n soort nummer willen we schrijven, of: zo’n sfeer willen we neerzetten. Dan komen er losse ideetjes in het hoofd. Soms is er iets ontstaan bij een soundcheck en dan nemen we dat even op.
Daniel Johnston: Het wisselt wel veel. Soms zijn er muzikale thema’s die uit jams naar voren komen. Als we eenmaal de studio ingaan, dan hebben we veel ideeën over songs die nog muzikaal de ruimte moeten krijgen. Dus het komt van beide kanten.
J: We weten wat we willen zeggen in het nummer en dan is er nog niet eens een tekst of melodie. Maar dat is het belangrijkste begin. Omdat je vanuit daar een sfeer hebt: het wordt een blij nummer of een boos nummer, en dan vult het zichzelf eigenlijk later in.

Kun je iets vertellen over de ontwikkeling die jullie muziek heeft doorgemaakt?
D: De belangrijkste ontwikkeling is eigenlijk de beginperiode, waarin we begonnen als een soort blues en roots inspired rockband. We speelden toen op feestjes waar voornamelijk elektronische muziek was met veel dj’s. Vooral op die festivals hebben we het EDM-gehalte van MY BABY ontdekt: die mensen vroegen daarom. Die ervaring neem je mee en dat werkt dan op andere festivals.

MY BABY

C: Je gaat nadenken over waarom het zo goed werkt. Dan blijkt dat het dansende en repeterende te zijn. Dat heb je met dancemuziek ook: het is niet steeds een liedje dat weer stopt, maar er zit een flow in de hele set. Dat wilden wij ook heel graag maken. Eigenlijk is het net als met rennen: als je eenmaal in beweging komt, dan wil je daar niet in gestopt worden. Het publiek komt in een flow. We ontdekten dat we graag nummers lang wilden doorspelen en bijna alles in elkaar over wilden laten gaan. Je houdt dan die energie vast en je bouwt die meer en meer op. Dat is gewoon een soort oeroud fenomeen, daarop hebben we ons laatste album geïnspireerd; die heette ‘Prehistoric Rhythm’. Als je met z’n allen op hetzelfde ritme danst en allemaal in eenzelfde soort trance terecht komt, dan creëert dat een eenheid tussen mensen.

In het najaar verschijnt het vierde album van MY BABY. De releaseshow op 5 oktober in de Melkweg is inmiddels uitverkocht. Overige shows van de releasetour:

20-10 Hedon, Zwolle
25-10 Oosterpoort, Groningen
26-10 Doornroosje, Nijmegen
27-10 Effenaar, Eindhoven
28-10 Annabel, Rotterdam

Foto’s: Bente van der Zalm

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *