The Japanese House: Wat is het nut van mijn bestaan als ik geen muziek schrijf?

English version

Tekst: Susanne van Hooft
Foto’s: Bente van der Zalm

Morgen verschijnt het langverwachte debuutalbum van The Japanese House (alter ego van Amber Bain) ‘Good at Falling’. Eerder bracht de zangeres verschillende EP’s uit, die net als het album mede geproduceerd zijn door George Daniel, van The 1975, en BJ Burton. CHAOS Music Magazine sprak Bain over het nieuwe album en hoe het gebrek aan inspiratie soms aan haar knaagt.

Gefeliciteerd met je album ‘Good at Falling’!
Dank je. Ik ben erg trots op het album. Ik heb er liedje voor liedje aan gewerkt, niet echt aan het album in zijn totaliteit. Dus voordat ik het ging opnemen wist ik niet precies hoe ik het uiteindelijk wilde hebben. Ik wist alleen op het moment zelf of ik er tevreden mee was of niet. Het was pas af als ik er tevreden over was, dus ik bleef er maar aan werken totdat ik vond dat het goed was.

Op welk  nummer van het album ben je het meest trots?
Misschien wel op ‘Follow My Girl’, omdat ik het nummer en hoe het klinkt mooi vind. Ook ‘I Saw You In A Dream’. Dat is denk ik mijn favoriete nummer. Het is een soort slot van het album, ik weet niet waarom. Het voelde heel logisch om dit nummer aan het eind van het album te plaatsen. Zo klinkt het ook echt, vind je niet? Het is een andere versie van een nummer dat ik al eerder had uitgebracht, misschien dat het daarom wel logisch was. Het voelt in elk geval alsof er iets wordt afgerond.

Een ander opmerkelijk nummer van het album is ‘Marika is Sleeping’. Kun je vertellen hoe dit nummer is ontstaan?
Ik werd wakker en had het strijkersarrangement in mijn hoofd. In eerste instantie was het vooral een instrumentaal idee. Later heb ik de tekst er aan toegevoegd en heb ik er wat omheen gebreid. Dat was denk ik één van de nummers die langer duurde om te schrijven. Ik weet niet precies waarom. Als ik dat zou weten dan zou ik waarschijnlijk veel meer nummers schrijven.

Kun je vertellen hoe je jouw nummers maakt?
Meestal schrijf ik nummers en neem ik ze meteen op. Soms heb ik het idee voor een tekst en werk ik daar omheen. Een andere keer schrijf ik een nummer op de gitaar en neem ik dat op. Liedjes ontwikkelen zich door de tijd heen. Nou ja, soms schrijf ik een liedje in twee minuten en soms schrijf ik een half nummer, kom ik daar pas twee of vier jaar later op terug en maak ik het dan pas af. Ik weet niet of er iemand is die precies weet hoe het proces van liedjes schrijven gaat. Het is een beetje een willekeurig en vreemd proces voor mij. Je moet wachten op het moment dat het allemaal klopt en ik weet pas wanneer dat is, als het is uitgebracht, of als ik het heb weggestuurd. Tot dat moment blijf ik er in mijn hoofd mee bezig. Dus nu het album is uitgebracht kan ik weer verder. Dat is wel een opluchting.

Je hebt het album mede geproduceerd, samen met BJ Burton en George Daniel. Hoe verliepen die opname sessies?
Het is niet echt een rechtlijnig proces. Voor elk nummer was het weer anders. Veel nummers waren voor het grootste deel gemaakt op mijn laptop. De vocalen hebben we in de studio opgenomen. De productie is een van mijn favoriete onderdelen, om het uiteindelijke geluid te krijgen. Er zitten veel lagen in de muziek, veel harmonieën. Dat vind ik zo leuk, om te ontdekken wat werkt met wat. Het lastigste aan het productieproces is voor mij om de dingen af te maken. Ik houd er niet van om me met één ding bezig te houden. Ik doe liever veel verschillende dingen tegelijk. Het lastigste voor de mede-producers BJ en George was waarschijnlijk om mij met maar één ding bezig te laten zijn.

Iemand die naar ‘Good At Falling’ luistert, zou wel eens in verwarring kunnen raken. De thema’s van de liedjes zijn donker en serieus, terwijl de muziek poppie en licht klinkt. Heb je bewust gekozen voor dit contrast?
Nee, eigenlijk is niets aan mijn werkwijze opzettelijk. Het is denk ik gewoon mijn muzikale smaak. Ik houd van popmuziek en ik houd van de majeur akkoorden en van gekke akkoorden. Maar het klopt wel, de muziek is niet grungy en donker, het is eerder helder. Ik behandel in mijn teksten wat mij raakt. Ik geloof niet dat ik vrolijke liedjes zou kunnen schrijven. Ik schrijf niet met opzet verdrietige nummers, het is gewoon wat er ontstaat.

Waar krijg je inspiratie van?
Als ik een muziekstuk hoor waar ik heel erg van houd, dat kan me inspireren. Daarnaast relaties, tussen andere mensen en mij, films… Het is onmogelijk om te vertellen wat je inspireert en hoe dat zijn weg vindt naar je muziek. Ik zou willen dat ik precies wist wat mij inspireert, want dan zou ik nooit gebrek aan inspiratie hebben. Dan zou ik precies weten welk pad ik moest bewandelen.

Dat klinkt alsof je geregeld inspiratie mist.
Ja, ik denk dat het moeilijk is om je altijd geïnspireerd te voelen. Ik vind het vreselijk als ik echt niet weet wat ik moet doen met mezelf. Als ik me wel geïnspireerd voel, schrijf ik veel. Er zijn echt wel momenten waarop ik denk: “ik heb helemaal niks te vertellen”, en: “Ik wil nu echt geen muziek schrijven”. Ik vind het afschuwelijk wanneer ik me niet geïnspireerd voel. Ik kan niet ontspannen, want vrije tijd is voor mij schrijftijd. Het voelt dan alsof ik mijn tijd verspil. Ook voelt het zinloos: wat is het nut van mijn bestaan als ik geen muziek schrijf. Het is het enige dat ik echt toevoeg aan de wereld.

Eén gedachte over “The Japanese House: Wat is het nut van mijn bestaan als ik geen muziek schrijf?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *