Het online magazine voor eigenwijze muziek

Miles Hunt (The Wonder Stuff): ‘We waren allemaal goede jongens en ik was soms onuitstaanbaar’

Nederlandse versie | English version

Onlangs verscheen de compilatiebox ‘Upstaged: A Live Anthology’ van de Britpop band The Wonder Stuff. Deze compilatiebox bevat maar liefst zeven cd’s vol met live werk van de band uit de afgelopen dertig jaar. Het uitbrengen van deze verzameling is een belangrijk project voor Miles Hunt, zanger en het enige constante bandlid van The Wonder Stuff. Gelukkig voor ons had hij tijd om wat vragen te beantwoorden over hoe deze verzameling tot stand is gekomen.
Gefeliciteerd met deze compilatiebox van maar liefst zeven cd’s!
Het moet wel een heel karwei geweest zijn om dit overzicht vanuit al jullie werk zo samen te stellen.
Hunt: Ik kreeg drie jaar geleden het idee voor dit project. Zelf had ik al veel opnames verzameld en veilig gesteld. Dus aanvankelijk leek het me heel eenvoudig. Het moeilijke was om de opnames en toestemming van Universal te krijgen voor het materiaal dat echt nodig was voor deze compilatie. De tweede cd van de box is een optreden uit 1988. Ik wist dat deze opname bestond, maar het was lastig om deze bij Universal vandaan te krijgen. Dit koste ons heel veel geld. Plotseling wist ik weer waarom ik niet graag met grote platenmaatschappijen samenwerk. Ik heb nog niet besloten wat groter is, hun domheid of hun arrogantie. Ze hebben allemaal opnames en ze zijn van plan om er niets anders mee toe doen dan ze laten te rotten in hun opslagruimte in Londen.

Het vergde dan zeker veel geduld van je?
Ja zeker, maar gelukkig ben ik gezegend met veel geduld (lacht).

Wat was er dan zo bijzonder aan die opname van dat optreden in 1988?
1988 was het jaar dat we doorbraken, in dat jaar brachten we ons eerste album uit. Het was hetzelfde jaar waarin we begonnen met onze eigen shows, waarbij wij dus de hoofdact waren. Ik wist dat het optreden multi-track opgenomen was in een mobiele studio, buiten naast de zaal in een truck. We hadden al eerder een aantal nummers van deze show uitgebracht, maar ik wist dat het héle optreden was opgenomen. Natuurlijk was Universal de mixen kwijtgeraakt. Dus 29 jaar later hebben we de opnames opnieuw meegenomen naar de studio, mijn vriend/producer Simon Effemy en ik. Heel toevallig was Simon de opnametechnicus op de avond van de opname dertig jaar geleden. Dat kun je van te voren niet bedenken. Hij wist nog welke microfoons we hadden gebruikt, dus het was uiteindelijk een vrij eenvoudige klus om te mixen, toen we eenmaal de originele opnames hadden.

Hoe bedacht je welke opnames wel en welke niet in de compilatiebox moesten komen?
De meeste opnames zijn uit mijn eigen collectie. Ik wist welke goed en welke niet goed waren. Toen ik het allemaal bij elkaar had verzameld, moest ik nog een mastering technicus vinden die het eerste nummer van cd 1 hetzelfde kon laten klinken als nummer 20 op de laatste cd. Hier hebben we Tim Oliver uit Londen voor gevonden. Hij heeft dit geweldig gedaan: het is hem gelukt om de eenheid te maken van al deze verschillende opnames van diverse bronnen, uit verschillende jaren.

The Wonder Stuff

Welke criteria hanteerde je bij de selectie van de opnames?
Het allerbelangrijkste was de kwaliteit. Toen ik aan een aantal mensen vertelde dat ik met dit project bezig was, kreeg ik allerlei cassettes en cd’s toegestuurd. En, om eerlijk te zijn, de kwaliteit van het meeste wat ik kreeg opgestuurd was behoorlijk slecht. Het is ongelooflijk waar mensen naar luisteren. Natuurlijk speelt ijdelheid ook mee. Ik wilde de band goed presenteren. Er klonken her en der wel enkele gitaren een beetje vals, vooral bij mij. Dat heb ik op een paar nummers gelaten. Maar ik wilde niet dat iemand zich hoeft te schamen voor wat er op de cd’s te horen is. Ook vond ik het belangrijk dat een nummer niet meerdere keren op één cd te vinden was.

Waar ben je nu het meest trots op, als je zo op die hele collectie terug kijkt?
Dat we dit nog steeds doen, denk ik. Dat ik niet heb opgegeven en maar een baantje heb genomen is wel mijn grootste verdienste. In de loop van de jaren is de samenstelling van de band veel veranderd. Hoewel de band nooit uit meer dan vijf of zes bandleden bestond, zijn er in totaal wel vijftien verschillende muzikanten bandlid geweest. Er waren verschillende drummers, verschillende bassisten, verschillende gitaristen. Alleen ikzelf ben er van het begin tot nu bij.
Ik werk altijd heel hard en verwacht dit ook van anderen. De band waar ik nu mee speel houdt ervan om te oefenen. Maar in de loop van de tijd zijn er samenstellingen geweest van bandleden die erg lui waren en die niet wilden oefenen. Nu ik die zeven cd’s zo achter elkaar beluister, kan ik in elk geval zeggen dat ik gelijk had: oefenen loont, want de band klinkt altijd goed.

The Wonder Stuff in 1986

Ben je nog verrassingen tegen gekomen toen je naar de opnames luisterde?
Het was voor mij best moeilijk om naar opnames met Martin Gilks en Rob Jones te luisteren, omdat zij beide zijn overleden. Die jongens hadden echt een enorm talent. Ik had al een aantal jaar niet echt naar die opnames geluisterd, en toen ik ze weer hoorde spelen dacht ik: wow, ze waren echt heel goed! Als je bedenkt hoe jong ze waren, we waren nog maar net twintig toen.
Volgens mij waren er verder niet echt verrassingen, het was allemaal wel aangenaam. Ik was wel verbaasd over wat ik naar het publiek riep toen ik jong was. Ik was nogal grof tegen het publiek.

Het moet dan toch ook wel een beetje therapeutisch geweest zijn.
Eerder heb ik drie boeken geschreven over de vroege jaren van de band: ‘The Wonder Stuff Therapies’. Die waren therapeutisch. Op het moment dat Martin Gilks en Rob Jones overleden, waren we niet zulke goede vrienden. We hadden geen echte ruzie, maar we hadden elkaar drie jaar niet gezien. Toen ik de dagboeken tegenkwam die ik in de begintijd bij hield, ging ik de goede dingen waarderen. We waren echt goede vrienden. Voor mij kwam dat gevoel in de plaats van het gevoel van ergernis die ik later voor hen voelde. Het waren zulke goede jongens. We waren allemaal goede jongens en ik was soms onuitstaanbaar. Nu ik die opnames weer hoorde, versterkte dat nog meer mijn waardering voor onze vriendschap die we hadden toen we jong waren. Dus ja, het was wel therapeutisch.

Foto’s: The Wonder Stuff

 

 

 

 

 

 


Nederlandse versie | English version

 

 

Miles Hunt (The Wonder Stuff): ‘We were all good kids and I was a pain in the ass’

Recently, ‘Upstaged: A Live Anthology’, the compilation box of The Wonder Stuff, containing seven CDs was released. This compilation has been a major project for Miles Hunt, singer of The Wonder Stuff throughout all the thirty years of the band’s existence. Hunt was kindly enough to answer some of our questions about the construction of this compilation of songs.

Congratulations with this compilation of songs on these seven CDs! It must have been a tough job to get this overview of all these songs.
Hunt: Three years ago, I got the idea for the compilation. I collected a lot of recordings myself and kept them save. So, I thought it would be really easy. The most difficult thing was getting tapes and permissions from Universal for the stuff we really needed to have. The second disc from the box is a gig from 1988. I knew that the recording existed, but it was so difficult to get it out of Universal. They costs us a lot of money, I suddenly remembered why I don’t like working with major record companies. I’ve not yet decided which is greater, their stupidity or their arrogance. They have all of these recordings and they intend to do nothing with them other than to let them rot in their storage place in London.

It took a lot of patience, then.
Exactly, and I am naturally blessed with a lot of patience (laughs).

What was so special about this specific recording from 1988?
‘88 was our breakthrough year, it was the year we released our first album. It is the year we started headlining our own theatre tour. I knew it was recorded multi track in a mobile studio that was in a big truck behind the theatre. We released a couple of tracks before, but I knew that the whole gig was recorded. Of course, Universal lost the mixes. So 29 years later, we took the tracks into the studio, with my friend producer Simon Effemy, who oddly was the live sound engineer on the night the tracks were recorded. That is something you couldn’t have planned for. He remembered what microphones we used, so it was actually quite an easy job on that part, once we got hold on the tapes.

How did you come to decide which recordings should be in the collection box?
Most of the recordings are from my own collection. I remember the good and the bad ones. When it was all compiled, we had to find a mastering engineer who could make track one on CD 1 to track twenty on CD 7 sound like it all belongs together. We found this engineer in London, called Tim Oliver. The balance that he’s got between all these different recordings from different sources, different years. He has done an amazing job.

The Wonder Stuff

What criteria did you use for the selection of the recordings?
It was the fidelity, the quality first and foremost. When I said I was working on this, people sent me cassettes and CDs and mostly they were pretty poor, to be honest. It is amazing what people had listened to. And then of course out of vanity, I wanted to present the band well. There are a couple of lightly out of tune guitars, on my part i have to say. So I let that slip on two or three songs. But I didn’t want anyone to be embarrassed by anything that is included. Also, I never wanted the same song on the same disc, that was important to me.

What are you most proud of when you listen to this whole collection of songs?
That we are still doing this, I think. The fact that I didn’t have to give it up and go and have a job, I think that it is my proudest achievement. A lot of the line up changed over the years. Although there was never more than five or six people in the band at any one time, there’s fifteen different players from the beginning through the end. There are different drummers, different bass players, different guitarists. So that was kind of interesting; I am the only person that’s running throughout. I always work pretty hard. The band I got now love rehearsing, but I’ve been in various line ups with this band were people have been incredibly lazy and didn’t want to rehearse. The one thing I can tell across the whole seven CDs is I was right because the band sounds good all the time.

The Wonder Stuff in 1986

Were there any surprises when you listened to the recordings?
For me, it was quite hard hearing the performances of Martin Gilks and Rob Jones, both of them being dead. The talent those guys had is amazing. After all these years having not really listened to these recordings with them, I thought: wow they were really good! When you think about their age, we were all in our very early twenties.
I don’t know if there were any surprises, it was all quite pleasant to experience. I was quite surprised of some of the things I used to say to audiences in my younger days; I was pretty cheeky with the audiences.

It must have been a kind of therapeutic exercise.
I have written three books on the early days of the band, called The Wonder Stuff Diaries, and I think those were cathartic. On the time Martin Gilks and Rob Jones passed away, we weren’t getting along. We got okay, but we hadn’t seen each other for three years. When I got over the diaries I wrote in the early days, I came to appreciate all the good things. We were really good friends. For me, it replaces my feelings of ant agony towards them in the later days. They were such great guys, we were all good kids and I was a pain in the ass. Then these recordings again, it really forced my appreciation for the friendships we had when we were kids. So yes, it was therapeutic, it was cathartic.

Pictures: The Wonder Stuff

Verder Bericht

Vorige Bericht

Laat een reactie achter

© 2019 CHAOS Music Magazine

Thema door Anders Norén