Het online magazine voor eigenwijze muziek

Interview The LVE: ‘We gaan niet luisteren naar hoe iemand anders ons wil kneden’

The LVE (spreek uit als ‘love’) is een zeskoppige Vlaamse band die melodieuze, soms wat dromerige en melancholieke indiepop maakt. In het najaar verschijnt de nieuwe EP van de formatie. CHAOS Music Magazine sprak op het festival Vestrock met zanger Gerrit Van Dyck en toetsenist Thomas van der Velde over het typerende geluid van The LVE.

Kunnen jullie vertellen hoe The LVE is ontstaan?
Gerrit Van Dyck: In 2010 is het zo’n beetje begonnen. Ik had toen een redelijk harde rockgroep en ik wilde eigenlijk iets rustigere, mooiere liedjes gaan maken. Daarom zocht ik vrienden om die nummers mee op te nemen. We hebben die plaat toen gemaakt onder de naam Lightning Vishwa Experience. Dat was dus een beetje mijn soloplaat met wat features van vrienden. Toen we die EP live gingen spelen is de groep in zijn huidige bezetting ontstaan. Op de tweede plaat begonnen we samen nummers te maken. In oktober komt de derde EP uit en daarop spelen we weer een stapke hoger.
Thomas van der Velde: Het is nu meer gekristalliseerd. Op de vorige plaat, staan wel allemaal hele fijne nummers, maar het zijn wel veel verschillende liedjes: sommige zijn meer slaapkamerliedjes, andere zijn wat meer popnummers en een ander heeft dan weer eerder een country-feel. Ik kan niet zeggen dat het alle kanten uitschiet, want op de een of andere manier klinkt het wel compact. Maar ik denk dat we nu echt tot de ‘The LVE sound’ gekomen zijn. Je voelt het in de set ook. Het is een bepaalde richting die nu naar boven komt. Dat is een natuurlijke evolutie, met input van iedereen en de interesses van iedereen. Door samen te spelen krijgt iedereen een plekje. Dan is het fijn om vast te stellen dat je een stapje vooruit doet.

The LVE

Zoveel verschillende mensen, dat betekent vast ook veel verschillende persoonlijkheden en verschillende muzieksmaken. Hoe maken jullie nummers in een band met zoveel mensen?
G: Ik schrijf eerst thuis het nummer, dat neem ik dan heel basic op met een vrij vintage 8-sporen-bak. Vervolgens zet ik dat op Soundcloud en stuur ik het naar de groep. Dan test ik: is er interesse voor of niet. Want dat is er ook niet altijd. Als er interesse is, beginnen we te knutselen en worden ieder zijn invloeden erop losgelaten. Vaak verandert het nummer helemaal, soms blijft het idee zoals het basisidee was. Onze zangeres is een klassiek geschoolde jazz zangeres, zij houdt al wel eens van ingewikkeldere ritmes en voor ons moeilijke harmonieën. Onze drummer heeft een studio en is ook producer en songwriter van alternatieve popartiesten. Hij bewaakt de poppy-lijn, of zet zijn arrangement skills in. De gitarist zit in de indiemuziek en houdt graag van iets stevigers. Ik zit zelf een beetje in van alles. Ik houd van de sixties, de Velvet Underground, van AIR, maar ook van heel foute muziek: eighties muziek en seventies Italopop. Al die invloeden worden een beetje op een hoop gegooid en dan krijgen we wat we hebben.
T: Je hoort het vooral als we soundchecken. We zijn met heel veel zangers en een zangeres en iedereen zingt iets van zichzelf tijdens een soundcheck. Dat is heel grappig, want dan komen iedereen zijn individuele invloeden naar boven.

Dat wordt dan een geheel wanneer jullie samen spelen?
T: Ja, dat marcheert wonderwel eigenlijk. Ik vind het uitzonderlijk dat je in een groep kunt spelen en dat er eigenlijk nog geen een onvertogen woord gevallen is. Het is echt zo’n hechte familie.
G: Af en toe botst het wel eens.
T: Maar ja, in welke familie niet? Je weet zeker dat het niet kwetsend bedoeld is. We hebben een gemeenschappelijk doel, het is om iets beter te maken.
G: Als je lang samen speelt, veranderen de individuele levens. Er is eens een relatie gedaan, iemand in de familie wordt ziek, of je bent zelf in crisis of zo. Je ziet ook wel iemand die zo en zo gaat (maakt slinger beweging) en samen trekken we elkaar recht. Dan maken we weer nieuwe dingen.

Zijn jullie het er nu over eens hoe je moet klinken, welke koers jullie gaan varen?
G: Tussen twee platen in heb je zo’n periode waarin je soms te veel nadenkt, dat is voor een groep altijd gevaarlijk. We hebben ook wel een paar keer op zo’n spoor gezeten dat er producers waren die wilden samenwerken met ons. Daar hebben we echt binnen de groep over liggen denken wat we zouden doen. We hebben toch gezegd: nee, we willen echt helemaal ons eigen ding doen. We gaan niet luisteren naar hoe iemand anders ons wil kneden. Daarom is het nu extra leuk, dat we tien keer zo fier zijn op wat we gemaakt hebben en dat het goed gaat.
T: Het is plezant dat je dan bij een label zit, bij Gentlemen Recordings, die dat allemaal waarderen en ons daar vrij in laten.
G: Dat scheelt echt.

The LVE

Verandert het schrijfproces dan mee, nu jullie steeds meer als een band gaan klinken?
T: Dat proces dat blijft wel zo. Gerrit schrijft de songs, dus hij komt met ideeën. Ik kan mij voorstellen dat het moment waarop je dat dan bloot geeft, een kritiek moment is. Misschien voelt het voor hem soms wel als een afwijzing, als wij zeggen: daar horen we niet echt iets in.
G: Ik maak er genoeg. Ik denk eigenlijk dat ik in een jaar veertig nummers maak en dat tien de groep binnenkomen en dat er drie overleven of zo.
T: Is dat zo? (lacht) Zo weinig?
G: Ja, ik denk dat wel. Maar ik laat niet alles horen, hè.
T: Er zijn er wel een aantal nummers op je lijst die we nog dringend opnieuw moeten opnemen. Dat vind ik ook wel. Ik ben zijn grootste fan.

Misschien moeten sommige nummers ook rijpen?
T: Soms is dat wel zo, dat een liedje vijf jaar in de kast ligt en dan voelen we het ineens.
G: Wat ik ook heel boeiend vind, is dat een nummer groeit totdat het op plaat is. Maar er is nog een allerlaatste fase van een nummer: wanneer de live-versie helemaal goed zit. Een super cool moment. We hadden vorige week een optreden in de Botanique. Daar speelden we een single die in september uitkomt: ‘Sad song’. Ik vind dat echt ons beste nummer. Eerdere optredens speelden we dat zoals op de plaat. Maar in de Botanique eindigden wel veel langer door, we hadden gezegd: we zien wel wat er gebeurt. We waren echt aan het samenspelen en deden iets dat helemaal niet voorzien was, maar dat gebeurde gewoon. Dat klonk geweldig. We stopten plots, allemaal tegelijk, en toen we van het podium kwamen voelden we allemaal: nu is het nummer echt klaar. Heerlijk moment!

Je noemt het nummer ‘Sad song’. Dat speelde jullie vandaag op Vestrock en het is een nummer dat direct opvalt. Vooral ook de tekst.
G: Dat nummer gaat over dat zwarte gevoel dat je in zo’n nummer ziet, hoort en voelt. Zo heb ik dat toen beschreven, dat je je zo zelf ook kunt voelen. Mijn vriendin vindt het niet leuk dat ik van die nummers maak, maar ik vind mezelf niet een kei donker persoon. Ik ben wel meer dan die liedjes. Als je die in het begin live speelt, dan is het heel nieuw en dan voel je je nog heel hard verbonden met die tekst, dan is dat soms wel een beetje gek. Maar na een tijd wordt het een nummer uit een reeks en dan sta je er minder bij stil.
T: Je neemt letterlijk afstand dan denk ik.
G: Ja, met meer nummers heb ik eigenlijk zelf wel iets van oe, dat ik dat zelf wel heavy vind.

Die nummers ontstaan echt vanuit het binnenste.
G: Ja, dat vind ik wel pittig soms.
T: Misschien is het zo goed omdat dat er allemaal in zit.
G: Dat is waar. Vandaag was mijn broer bij het optreden, en dan zie ik hem zo kijken…  Ja, iedereen heeft verschillende kanten. Ik kan ook niet zo goed een liedje schrijven als ik heel blij ben. Ik heb het wel een paar keer geprobeerd.
T: Maar dan doe je andere dingen, pintjes pakken, of gaat met vrienden afspreken. Dan ga je niet met je gitaar songs schrijven, denk ik.

Foto’s: Bente van der Zalm

Lees ook: interview Tom Odell op Vestrock

Verder Bericht

Vorige Bericht

Laat een reactie achter

© 2019 CHAOS Music Magazine

Thema door Anders Norén