Het online magazine voor eigenwijze muziek

shame: Je moet door erg frustrerende tijden heen gaan, maar het is het allemaal waard

Nederlandse versie |
English version

We interviewen Charlie Steen en Sean Coyle-Smith, respectievelijk zanger en gitarist van de Britse band shame, voor het optreden in Paradiso in hun kleedkamer. Ze zijn vriendelijk en geduldig, maar kunnen niet verhullen dat ze erg moe zijn van de vele maanden van touren in het afgelopen jaar. Natuurlijk spreken we over het jaar 2018, dat zo hectisch en spectaculair was voor de band.

Hoe gaat het met jullie?
Charlie: Goed, heel goed. We zijn weer terug in Europa voor een tour.
Sean: De laatste tour voordat we vijf maanden vrij zijn. We hebben dit jaar over heel de wereld getourd, alleen niet door Zuid-Amerika en Afrika.

Het jaar begon voor jullie met de release van het album ‘Songs of Praise’ in januari.shame
C: Op 12 januari. Het voelt als eeuwen geleden. Wat er in één jaar gebeurde was heel vreemd.
S: Het gebeurde allemaal thuis, met het album. We kregen er niet zo veel van mee, omdat we direct naar Australië vlogen voor een tour. Van Australië gingen we naar de Verenigde Staten voor nog een maand touren. Er was in het Verenigd Koninkrijk een headline tour geboekt en die werd helemaal uitverkocht terwijl wij weg waren. Het was zo gek om terug te komen en te zien wat er allemaal was gebeurd!

Het is nog maar kort geleden dat jullie in pubs en kleine zaaltjes speelden. Welke invloed heeft dit plotselinge succes op de band?
C: We zijn deze band begonnen toen we 16 of 17 jaar oud waren. We begonnen in een pub The Queens Head. We hadden van begin af aan een ouderwetse mentaliteit van: zoveel mogelijk spelen, maakt niet uit voor wie. We hebben al zo’n 15 tours door het VK gedaan. Toen het album uitkwam zijn we wel een stapje opgeklommen. Nu hebben we onze lichtshow, een geluidsman, een tourmanager, een gitaartechnicus en dat soort dingen. We ervaren een soort luxe, zoals in een bed kunnen slapen en op grotere podia spelenshame. We hebben net een aantal grotere headline shows in Londen gedaan, voor twee en een half duizend mensen. Die shows waren uitverkocht. Dat was heel bijzonder. Het eerste nummer dat we ooit schreven is One Rizla, dat speelden we op ons eerste optreden in The Queens Head, voor vier mensen. Om dit nummer nu voor al die mensen te spelen en dat ze het meezingen is echt heel onwerkelijk.

Nu de podia groter worden, groeit ook de afstand tussen jullie en het publiek, terwijl jij juist zoveel contact maakt tijdens de optredens van shame. Dat moet je dan op een andere manier voor elkaar zien te krijgen. Hoe leer je dat?
C: We hebben heel goede contacten met ons boekingskantoor. Zij hebben het op een goede manier aangepakt. Toen we afgelopen jaar op festivals speelden, gaven we de voorkeur aan het hoofdpodium ergens midden op de dag, boven het afsluiten van een kleiner podium. Hierdoor leerden we op de grotere podia spelen. Ik zeg niet dat we voor 20.000 man speelden. We zijn nog steeds lerende. Je moet leren waar je kunt en in jezelf geloven, want niemand anders doet dat (lacht). Ik denk dat het voor een deel lukt door te kijken naar andere mensen, hoe die het doen. Als we het hebben over spelen voor een groot publiek en toch intimiteit bewaren, dan is Nick Cave de persoon die ik dat het beste vind doen. shameVolgens mij gaat het erom dat je, als je naar een concert gaat, oogcontact maakt met de band. Dan maakt het niet uit of het in een klein zaaltje of een grote zaal is. Er moet een connectie zijn met de band, een feestje en uiteindelijk is het ook gewoon entertainment. Het doel van een concert is het creëren van intimiteit en plezier. Wij tolereren bij onze shows geen enkele vorm van agressie.
S: Mijn instelling is dat je je ego opzij moet zetten en begrijpen dat het niet om jou gaat. Als iemand geld heeft betaald voor een kaartje en naar jou komt kijken, dan gaat het om hen.

Deze Europese tour is voorlopig even de laatste. Hebben jullie echt een pauze, of gaan jullie nieuwe muziek maken?
S: Allebei. Het is bijna een jaar geleden sinds het album uitkwam. We hebben de hele cyclus gedaan. Mensen hebben ons zoveel gezien, de afgelopen twee jaar. En voor ons was het zo druk met zo’n 150 shows, dat we vrijwel geen tijd hadden om te schrijven. Als je thuiskomt en je moet over drie dagen weer weg, dan is het laatste wat je wilt tijd doorbrengen met die andere vier mensen met wie je net op tour bent geweest.
We hebben ook tijd nodig om te verwerken wat we allemaal hebben meegemaakt in het afgelopen jaar. Toen we op tour in Azië waren, bijvoorbeeld, speelden we in Tokio, Singapore en Hong Kong drie shows in drie dagen. Dat was een heel grote cultuurshock. Waarschijnlijk inspireert ons dat voor het nieuwe album. Wanneer je even vrij bent, dan heb je tijd om terug te kijken en al die momenten nog meer te waarderen.

Wat is voor jou als muzikant het meest belangrijke, het proces van het creëren, je muziek voor anderen spelen, of het opnemen van de nummers?
S: Zodra ik gitaar kon spelen, wist ik dat ik dit voor altijd wilde doen. Er is niets mooiers dan bij elkaar zijn en dat er dan wat ontstaat. De ene minuut heb je niets, twee minuten later heb je een liedje. Waar komt het vandaan? Het is een geweldig gevoel om dit als je werk te kunnen doen. Dus ik denk dat het meest belangrijke is wanneer je een nummer schrijft. Toen we voor het eerst begonnen, wisten we niet eens dat mensen ooit naar ons liedje zouden luisteren. We deden het altijd vanuit onszelf, het was een persoonlijk ding. Het laten horen aan de wereld komt pas later.
C: We hebben de gewoonte om een nummer, zodra het een beetje vorm krijgt, live te spelen en te kijken hoe mensen er op reageren. Ik denk dat het er uiteindelijk om gaat dat je de muziek op plaat zet en het speelt.

Hoe schrijven jullie je nummers?
C: De anderen komen met ideeën, ik schrijf de teksten. Soms heb ik teksten die ik eerder heb geschreven en soms sluit ik meteen bij het liedje aan. Het hangt een beetje van de situatie af, we hebben er niet een bepaalde formule voor.
S: Het is in elk geval heel gezamenlijk. Vaak heeft iemand zoals ik, Eddy of Josh een idee voor een gitaarriff of een baslijn, en dan spelen we daar op in. Tijd is alleen een beetje frustrerend.
C: We bestaan drie jaar, en we hebben een album met tien nummers dus… (lacht), we zijn nogal langzaam.
S: Voor elk nummer dat je schrijft zijn er honderden die het niet halen.

Legt dat een druk op jullie?
S: Niet op een slechte manier. Ik denk dat een beetje druk wel goed is, want zo schrijf je een nummer. Je moet soms door heel frustrerende tijden gaan, waarbij niks lijkt te werken. Maar al die maanden van proberen, frustratie en niet tegen elkaar praten blijkt dat het dan uiteindelijk wel waard.

Welk nummer op het album was het meest frustrerend?
S: Oh, dat zal One Rizla zijn.
C: Ja, One Rizla.
S: We probeerden de nummers op te nemen waarvan we dachten dat die op het album zouden moeten komen, om zo te bekijken of het wat gepolijst moest worden. Ik weet nog dat ik in de kamer stond met Josh, onze bassist. Ik wilde het één doen en hij wilde het ander. Niks werkte. We waren daar al twee uur en we stonden op het punt om ruzie te krijgen. Josh ging in de zangkamer, ik bleef in de controle kamer. Ik begon een riff te spelen en dacht: dat klinkt wel goed. Toen kwam Josh eruit met een grijns op zijn gezicht en hij zei: ik heb een baslijn. En ik zei: ik heb een gitaarriff. We speelden het en ze werkten allebei. We vulden elkaar aan en dat was een moment van pure opluchting. Het is om je te laten zien dat het soms heel lastig is en dat je veel frustratie moet slikken. Je moet blijven geloven in iedereen en dat het uiteindelijk wel goed komt. Ik kijk wel uit naar de druk voor ons nieuwe album. Het is een uitdaging. Net als met touren zijn er hoogte- en dieptepunten.

Tekst: Susanne van Hooft
Foto’s: Bente van der Zalm

 


Nederlandse versie | English version

 

You have to go through really frustrating times, but it is all worth it.

We catch up with Charlie Steen and Sean Coyle-Smith, respectively singer and guitar player of shame, before their show in Paradiso, Amsterdam. Sitting in the dressing room, they are very friendly and patient. They can’t however disguise that they are also exhausted of many months of touring during the past year. We talk with them about 2018, which has been spectacular for the five-piece band.

How are you doing?
Charlie: Good, very good. We’re back in Europe for a tour again.
Sean: The final tour before five months off. We’ve done this year of touring across the whole world, apart from South America and Africa.

The year started with the release of your album ‘Songs of Praise’ in January.shame
C: January 12th; it feels like a decade. What happened in one year, it was wicked.
S: The big thing with the album happened back home. We missed most of it, because we went straight to Australia, and from Australia to America for another month of touring. We had this UK headline tour booked and while we had been away it had all sold out. So mad coming back and seeing what happened!

It’s only been a few years since you’ve been playing in small pubs and small venues. What influence has this sudden success on the band?
C: We started this band when we were 16 or 17 years old. We started in a pub called The Queens Head. We had this old school mentality that we would play as many shows as we could, whoever asked. We’ve probably done 15 tours in the UK by now. So, after the album came out, we stepped up a level. We now have lights, a sound man, a tour manager, a guitar tech, and stuff like that. We experience a kind of luxury, like being able to sleep in a bed, and playing bigger stages. We just did the biggest headline show in London fortwo and a half thousand people, which was sold out. shameThat was overwhelming. The first song we ever wrote was One Rizla, which we played during our first ever gig in The Queens Head to four people. To be able now to play that song to a lot more people, singing it back, is surreal.

 

With rooms you’re playing in being larger, the distance between you and the audience influences the intimacy. Your contact with the audience during a shame show seems essential. What have you learned about that in the past few years?
C: We’re very close to our booking agency. They did it in a quite tactful, smart way. With the festivals we did this year we prioritized doing mainstage over headlining smaller stages so to understand how to perform at that level. I’m not saying we were playing for 20.000 people. We still have a gradual learning curve. You have to learn whenever you can and you have to have self believe in your band because nobody else does (laughs). I guess I learn from watching other people, and watch how they interact. In terms of playing for a huge audience and keeping intimacy, the best person I’ve ever seen doing it is Nick Cave. shameI think, if you go to a gig and you make eye contact with the band, no matter whether it is a small room or a big room, that is the whole point. There is supposed to be a connection, a celebration and at the end of the day it is just entertainment. The aim of a concert is to create an intimacy and enjoyment. We don’t tolerate any sort of aggression or anything like that.
S: My attitude with it is that you have to take the ego out of it and understand it is not about you. If someone has paid money for a ticket to come and see you, then it is about them. It is for them.

This European tour is the last one for five months. Is it a break, or are you going to make more music?
S: Both. It has been nearly a year since the album came out. We’ve done the album cycle. People have seen us so much in the past two years. And, being as busy as we’ve been this year, doing about 150 shows, it has been hard to find the time to write. If you get back and you have three days before you go away again, the last thing you want to do is spending time with the four people you have just been on tour with.
We also just need this time off to process what we’ve done in the past year. For example, when we were on tour in Asia, we did Tokyo, shameSingapore and Hong Kong in three days, in three shows. That was a very big culture shock. That would probably inspire a lot of what the next album is going to be. Once you have time off, you have time to think back and appreciate all those times and moments.

 

What is most important for you as a musician? The creating part, the part where you bring your music out to the audience, or when you record your music?
S: I always knew that this was what I wanted to do, just as soon as I learned to play the guitar. There is nothing quite like it when we are in a room together and things just happen. One minute you have nothing, and two minutes later you have this song. Where does it come from? It is an amazing feeling to be able to do this as a job. I wouldn’t trade it for anything else. So I think in a sense the most important part is when you write a song. When we first started there was never a knowing that one day people were actually going to listen to this song.  It was always a very internally, personal thing that we do together. Showing it to the world comes after.
C: We always have an attitude, as soon as a song starts to form itself, we put it into a set and just see how people respond to it. I suppose with music, the end goal is to put it out on an album and performing it.

How do you write your songs?
C: They all come up with ideas, and I do the lyrics. Either I have lyrics that I have written before, in a notebook or I join the song. It completely depends on the situation. We don’t have a sort of formula.
S: Usually it is very collaborative. Someone, usually me, or Josh or Eddy will have an idea for a guitar riff or a baseline and then we take in and everyone just pitches in basically. Time is a bit frustrating.
C: We have been around for three years and we have an album with ten songs so… (laughs), we’re quite slow.
S: For every song you write there are hundreds that don’t make it.

Does that lay a pressure on you?
S: Not in a bad sense. I personally like it as a good pressure, because that it what it is to write a song. You have to go through really frustrating times, really angry times where nothing’s working. But it all is worth it, after months of trying, frustration, standing in a room and not talking to each other.

What song on the album was the most frustrating one?
S: Oh, I say probably One Rizla.
C: Yeah, One Rizla
S: We were trying to record every song we thought that would go on the album to see if anything needed polishing. I remember standing in the room with Josh, our base player. I wanted to do one thing, and he wanted to do it one other way. Nothing was working whatsoever. We’ve been there for two hours and we were about to have a fight. Josh went into the vocal booth. I stayed in my control room and I started playing this riff and I thought: that’s quite nice. Then Josh came out with a smile on his face. He said: I’ve got a baseline, and I said: oh I’ve got a guitar riff. We played it and they both just worked. We were filling in each other and that was a moment of pure relief. It is just to show you that it is sometimes very difficult and you have to swallow the frustration. And have trust in everyone else that it will work when it needs to work. I’m excited for the pressure though, for our new album. It is a challenge. Just as with touring there are ups and downs.

Text: Susanne van Hooft
Pictures: Bente van der Zalm

 

 

Verder Bericht

Vorige Bericht

Laat een reactie achter

© 2019 CHAOS Music Magazine

Thema door Anders Norén