Het online magazine voor eigenwijze muziek

Into The Great Wide Open 2019: balanceren tussen onthaasten en herrie

Tekst: Theo Stepper
Foto’s: Into The Great Wide Open

Het blijft onwennig om na een kantoordag je tas in te pakken en naar Vlieland te vertrekken. Wie vaker naar Into The Great Wide Open vertrekt, zal beamen dat het niet alleen de goede programmering is die haar aanzuigende werking doet; het eiland an sich is magisch en die magie begint extra te werken zodra men aan de haven in Harlingen staat. Ooit maakten wij de fout om met een sneldienst naar Vlieland te vertrekken. Nooit meer, de langzame boot staat garant voor een vredige overgang van het jachtige bestaan aan wal naar de kalmte en relaxte sfeer die het eiland en het festival typeren. Bijna jammer dat het zo goed geprogrammeerd is, we krijgen nauwelijks tijd op adem te komen. 

Donderdag

Neem openingsact Squid die om 19.00 uur mag aftrappen bij de IJsbaan. Reeds in de trein kriebelt het om de postpunkers uit Londen en Brighton live te zien. Of het een ideale opener is, is daarmee meteen een gewetensvraag. Fast & Furious, vat de muziekstijl van de jonge honden kort en bondig samen. Maar stond dat niet voor het leven dat we wilden ontvluchten? Laten we de band daarom als expansievat zien. Hierna kunnen we alles aan. De band heeft vlak voor het optreden nog in zee gezwommen en begint enigszins ingetogen. Langzamer dan verwacht weet het de aanwezigen te enthousiasmeren. ‘Houseplants’, ‘The Cleaner’ en ‘The Dial’ komen uiteraard voorbij om ons op te peppen en zo schudden we de werkweek zachtjes van ons af. Squid opent met zijn mix van krautrock en discopunk het festival minder fel dan verwacht maar toch doeltreffend.

Liefhebbers van gitaarmuziek worden op de openingsdag van ITGWO op hun wenken bediend. Net zo vreemd en net zo lekker klinkt even later in de Bolder de Rotterdamse lo-fi indie van Lewsberg. De band is vernoemd naar de obscure schrijver Loesberg, maar van intellectualiteit is vanavond geen sprake. Dankzij lekker in het gehoor liggende rifjes wordt ook de argeloze bezoeker als het ware het concert ingezogen. Bizarre tempowisselingen en lange solo’s zorgen voor een broeierig sfeertje en mede door de (parlando-)zang van frontman Arie van Vliet ontstaat een rechttoe-rechtaan gevoel van ‘dit mag van mij de hele avond doorgaan als een Velvet Underground LP op repeat’. 

We gaan voor een hattrick vanavond, dus op naar de donkere, sferische postpunk van het uit Belgisch Limburg afkomstige Whispering Sons. De muziek van de new wavers roept prettige herinneringen op aan de jaren-80. Shoegazen voor gevorderden! Het optreden klinkt spookachtig goed. Dat de dansvloer daarbij onverlicht blijft, is mogelijk niet voor iedereen even aanlokkelijk, maar draagt wel bij aan een onvervalste eighties-sfeer, waarbij The Cure en Bauhaus door zangeres Fenne Kupers en consorten al dan niet bewust in het zonnetje worden gezet. Dergelijke associaties zijn echter een bonus, die ons voornemen sterkt om thuis de platencollectie weer eens af te stoffen. Nummers als ‘Alone’, ‘Time’ en ‘Wall’ doen tijd vergeten dragen daarom bij aan de magie die ITGWO doordesemt. We hadden ons geen heerlijker introductie, geen fijnere openingsavond kunnen wensen.

Whispering Sons

VRIJDAG

Na het postpunkgeweld van de vorige avond is er niets zo lekker als op de fiets door het bos richting de duinen en het Noordzeestrand. Een frisse duik in de morgen blijkt een even goede anti-katerwerking te hebben als zwarte koffie en spiegeleieren met spek. Beide kan hoe dan ook nooit kwaad en aangezien de Noordzee na afgelopen zomer heerlijk is opgewarmd, is het voorwaar geen straf om er onze zonden te wassen. Verfrist als jonge waterhoenders na een eerste zwemles melden we ons reeds rond de noen voor de vuurdoop van vandaag. 

Night Beats neemt de honneurs waar en het trio onder aanvoering van frontman Danny Lee Blackwell kwijt zich uitstekend van zijn taak om de laatste restjes slaap uit onze hersenpan te beuken. De Amerikanen spelen uptempo garagerock met een psychorandje en surf invloeden. Naast veel nieuwe nummers van het pas verschenen, door Dan Auerbach geproduceerde album, Myth Of A Man en ouder werk als ‘Redkin’ menen we ook een nummer van Bo Diddley voorbij te horen komen. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, klinken de beats in de vroege middag meer dan prima. Het eerste hoogtepunt van de dag is na een driekwartier durende set al binnen.

We zijn klaar voor de speciaalbierbar op het Sportveld. Tijd om er over de verschillende soorten craftbeer te debatteren hebben we nauwelijks, want op het podium treedt de volgende act aan.

BCUC, ofwel Bantu Continua Uhuru Consciousness is een veelkoppige jazzband, die doorgaans de mainstream niet bereikt. De psychedelische afrobeat blijkt een heerlijke doorstart. De vrolijke en soms meeslepende mix van jazz en dance hamert zich een weg naar onze ziel en verovert die met verve. De Zuidafrikanen uit Soweto omschrijven hun muziek zelf als “For the people, by the people and with the people” en dat is een briljante samenvatting. Spoken word, rock, en rap worden doorspekt met soul en zo nu en dan klinkt het als rauwe punk: ‘Africangungungu’, aldus BCUC. Daar kunnen we alleen maar in meegaan. Wat een energie, wat een passie! We kunnen niet anders dan meebewegen en ondanks, of juist dankzij, de activistische teksten vieren we onze vrijheid, die met de schwung van Fela Kuti als funky afropunkrock over ons wordt uitgestrooid

Oscar Jerome is gitarist in Kokoroko, een band die we later nog hopen te treffen. We nemen vandaag echter genoegen met zijn soloproject. Volgens de site van ITGWO brengt hij jazz die vermomd is als indie en pop en dat klinkt op papier als muziek in onze oren. Live gooit de twintiger ook hoge ogen en met zijn loungeachtige jazz sust hij ons weer enigszins in een weekendroes. Het optreden meandert van funky jazz naar hiphop terug naar jazz (Misty Head/Sunny) terwijl er altijd wel een honingachtig laagje soul aanwezig is. Uiteindelijk moeten we concluderen dat we heerlijke achtergrondmuziek hebben geluisterd, terwijl we met bekenden hebben bijgepraat. Dat we de artiest daarmee tekortdoen, spreekt boekdelen, want bij vlagen voelden we kippenvel, maar een festival kent nu eenmaal ook een sociale kant en die hebben we hier goed kunnen verkennen. Gelukkig treedt Jerome in november nog op in Bird in Rotterdam, zodat we dan wat meer quality time met hem kunnen doorbrengen.

Daniel Norgren is op voorhand één van de favorieten van het festival. De man is een levende blues- en rootslegende. De Zweed debuteerde in 2007 met Kerosene Dreams, dat zo goed als volledig met eigenhandig gefabriceerd instrumentarium werd opgenomen. Zo’n gast wil je natuurlijk live zien, vooral ook vanwege de geweldige albums als Buck (2013) en Alabursy (2015) die volgden. Bovendien was er dit jaar na vier jaar radiostilte Wooh Dang. Zou het lukken om de intimiteit die dit album kenmerkt over te brengen? Gezeten aan een piano en getooid met mondharmonica doet hij vermoeden van wel. Het eerste nummer is het ingetogen ‘The Flow’ van zijn laatste plaat. Het wordt lekker uitgesponnen, waarna goed wordt doorgepakt met de ballads ‘The Power en Rolling Rolling Rolling’, eveneens van ‘Wooh Dang’. Inmiddels heeft Norgren piano verruild voor gitaar en is duidelijk dat aan onze hooggespannen verwachtingen wordt voldaan. De Zweden zijn in topvorm en promoten de nieuwe langspeler doeltreffend, maar het is tijd voor een klassieker. ‘Black Vultures’ gaat erin als koek. Via een intermezzo nemen ze ons mee naar de bluesklassieker ‘Moonshine’. Ondertussen wordt er niet gehaast en worden meer nummers uitgebouwd naar rond de tien minuten. Kwaliteit voor kwantiteit, betere reclame kan je niet maken. 

Helaas heeft Sophie Hunger moeten afzeggen. We hadden vervanger Korfbal graag willen checken, vooral omdat de band vandaag zijn debuutalbum Special Agent uitbrengt. Door overlap met het optreden van Daniel Norgren moeten we helaas verstek laten gaan. 

Equal Idiots is een tweetal garagerockers uit het Belgische Hoogstraaten. Thibault Christiaensen (zang en gitaar) en Pieter Bruurs (drums) staan bekend om hun harde stijl van garage en energieke liveoptredens. Het is kortom een ideale band om op vrijdagavond het weekend mee in te gaan. De rammelrockmachine moet even op gang komen, maar na verloop van tijd is het optreden behalve hard vooral ook snel, alsof Christiaensen en Buurs een wedstrijd doen die alleen met een sprint kan worden beslist. Nadat het publiek even de kat uit de boom kijkt, vormt zich op initiatief van een paar jonge honden een pitje. Dat groeit snel aan en gaat op Patrick Bertrandcover ‘Ça Plane Pour Moi’ helemaal los. Daardoor voelt slotnummer ‘Put My Head In The Ground’ bijna als anticlimax, wat natuurlijk alleen maar verklaard kan worden doordat het optreden daarna is afgelopen. 

The Murder Capital wordt vaak in één adem genoemd met dé andere postpunkgigant van dit moment, IDLES. Behalve bozige liedjes hebben ze na vanavond gemeen dat ze beide op ITGWO hebben gestaan. Grote broer IDLES mocht op het hoofdpodium, maar de Ierse gitaarpunkers hoeven er absoluut niet rouwig om te zijn dat ze in De Bolder staan. Het donkere zaaltje vormt de perfecte entourage voor de donderende drums, krakende gitaren en naargeestige vocalen in mineurakkoorden. Het is alsof we door een teletijdmachine zijn teruggeworpen in de jaren-80. De rollende drums op ‘Green & Blue’ doen denken aan Joy Division en als we onze ogen sluiten heeft de zang van frontman James McGovern wel wat weg van Ian Curtis. Dat het nummer oneindig lijkt te duren, terwijl een echte climax uit blijft, maar wel voortdurende dreiging voelbaar is, draagt eraan bij dat het een van de hoogtepunten van de show is. Via ‘Don’t Cling To Life’ en slotnummer ‘Feeling Fades’ wordt overigens wel naar een climax toegewerkt. Vooraan ontstaat een pit en daar hebben McGovern en gitarist Damien Tuit ook wel zin in. Dit zorgt voor een memorabel einde van een show die staat als een huis, die allesbehalve vrolijk, maar die des te meeslepend en intens is. 

The Murder Capital

ZATERDAG 

Hoewel de voormiddag een mooi programma herbergt, doen we het vandaag rustig aan. Into The Great Wide Open biedt zoveel meer dan muziek. Vlieland leent zich voor wandel- en fietstochten en ook de Kunstroute is elk jaar weer geen doel op zich, maar dermate verrassend dat het zonde zou zijn om niet een paar installaties te bezoeken.

Om half vier stipt trappen The Teskey Brothers ons muzikale programma af op het Sportveld. Hoewel het eigenlijk nog veel te licht is voor broeierige soul en flemende bluesrock, gaat het optreden van de Australiërs erin als zoete koek. De band, genaamd naar de broers Josh (zang en slaggitaar) en Sam (leadgitaar), blijkt een geoliede machine die onder alle omstandigheden weet te boeien. Hier en daar kruipen geliefden weg in elkaars armen, vooraan bij het podium staan fans van het eerste uur mee te zingen en meer naar achteren worden veelbetekenende blikken van ver- en bewondering uitgewisseld. Dat The Teskey Brothers met twee albums een keuze moet maken om het hen toebedeelde uurtje te vullen is begrijpelijk. Dat de nadruk ligt op het dit jaar verschenen album Run Home Slow ook. Het mag de pret niet drukken, hitnummers als ‘Pain and Misery’ en ‘Crying Shame’ van het in 2018 verschenen Half Mile Harvest blenden naadloos in het nieuwe repertoir. De band wordt vandaag bijgestaan door twee koperblazers die een extra boost geven aan een verder toch al uitstekend optreden.

Pip Blom

Pip Blom, die ten tijde van het verschijnen van haar debuutalbum Boat in mei dit jaar nog als afwasser werkte om rond te komen, is groot in Engeland. Nou hebben we niet veel Britten gezien, maar aangezien haar debuut terecht goed is ontvangen, willen we niet het risico lopen dat de Open Plek vol is voor wij er aankomen. Dat we vervolgens even moeten wachten op de 23-jarige zangeres blijkt de moeite meer dan waard. De mix van pop en punkrock heeft een verkwikkende werking, precies wat we nodig hebben aan de vigilie van de zaterdagavond. De repeterende en rammelende gitaarriffs op liedjes als ‘Say It’ en ‘Bedhead’ zijn oppeppend, terwijl de enigszins onderkoelde stem van Blom ervoor zorgt dat we niet te vroeg ons kruit verschieten. Al valt dat niet mee, want we voelen ons spontaan jaren jonger dan we zijn, al weten wij nog wie Bettie Stöve was en krijgen we zin om eenmaal thuis naast Pip Blom ook Bettie Serveert te draaien. Maar dat is voor later, want nu kunnen we niet anders dan genieten. Wat een energiek optreden! 

Personal Trainer

Natuurlijk wandelden we aansluitend even naar de Bolder voor Personal Trainer, een eclectisch collectief met o.a. leden van Pip Blom en The Homesick rondom Canshaker Pi’s Willem Smit, die eerder deze week in een bunker op Vlieland een album opnam. Het resultaat van deze opnames willen we allicht graag uit eerste hand live horen. ‘The Lazer’, ‘Stormchaser Of The Month’ en ‘The Industry’ kenden we al, maar ook nieuwe, vaak puntige indieliedjes weten probleemloos te boeien en de show is – en dat is een eigenlijk nog een understatement – ronduit onstuimig. Muzikanten stuiteren van links naar rechts over het podium en nemen om de beurt tekst voor hun rekening. De quasi-chaos is een lust voor het oog, maar schijn bedriegt, want wie zijn ogen sluit hoort namelijk dat het best heel erg strak klinkt. En verrassend: zo doet er tijdens ‘Oh! Not Again’ van Pip Blom een zeskoppig kinderkoor mee en weet Lena Hessels vlak voor het einde de zaal muisstil te krijgen met een ingetogen ballad voordat het collectief nog een laatste maal losgaat als vrolijke bende met drie energieke laatste nummers.

Personal Trainer is een heerlijke opwarmer voor Pottery, die aansluitend in de Bolder optreedt. De piepjonge Canadezen weten moeiteloos de temperatuur in de toch al warme Bolder een paar graden te verhogen. Dat is niet verwonderlijk met nummers als ‘Hank Williams’ (country with a kick met surftonen en een stevige dosis garage). Stilstaan valt niet mee en waarom zouden we? ‘Sun Fever’ is daar eenvoudigweg te prikkelend voor, verzet is vergeefs en al gauw zijn we betoverd, wat wordt onderstreept door het snedige en vlotte ‘Spell’. Pottery staat uit het niets en met stip in onze top-3 van beste optredens op ITGWO2019.

Nog onder de indruk van de groovy solo’s die in hoog tempo voorbij kwamen rollen tijdens de funky en opzwepende show van Pottery scheppen we een luchtje, maar we blijven in de buurt, want met WAND gaan we wederom een hattrick in De Bolder scoren. 

Voor de psychedelische rockers WAND uit de entourage van Ty Segall blijven we graag nog even hangen. Dat de band een andere weg in is geslagen met het laatste album Laughing Matter lijkt in eerste instantie geen straf. Met een uitstekende uitvoering van ‘XOXO’ bijvoorbeeld is duidelijk dat het nieuwe album live ook goed te pruimen is. Drummer Evan Burrows is wat ons betreft ‘man of the match’, want hij laveert de band zoals een kapitein zijn schip op ruwe zee naar een veilige haven voert. Natuurlijk mogen we de rest van de bemanning niet uitvlakken, want eigenlijk neemt iedereen wel een keer het voortouw met een solo en dat men daarbij niet altijd zijn beurt afwacht is in dit geval allerminst erg, maar draagt bij aan de heerlijke de noise waarvoor we natuurlijk naar WAND zijn gekomen. Hoewel leuk voor haar, is het intermezzo dat in teken staat van de verjaardag van de echtgenote van frontman Cory Hanson wat ons betreft niet nodig. De vaart gaat zo uit het optreden. Het is niet dat de band zich niet herpakt, maar we vragen ons gaandeweg toch af of de bandleden niet gewoon moe zijn van het toeren? Met het optreden van vanavond sluit WAND zijn Europese tournee wat ons betreft namelijk enigszins teleurstellend af. 

ZONDAG 

Zondag voelt als een toegift. We kijken nu al terug op een zeer geslaagde elfde editie van het Into The Great Wide Open. Het is alsof we zwaar hebben getafeld, maar de verleidingen van de dessertkaart niet kunnen weerstaan. Keuzes, keuzes en waar te beginnen? De zondagprogrammering lijkt eclectischer dan ooit. Misschien moeten we gewoon hier en daar een concertje meepikken, zoals petit-fours tijdens een high-tea?

Wolfert Brederode en Matangi Quartet is een samenwerking tussen pianist en jazzcomponist Brederode, slagwerker Joost Lijbaart en het Matangi Quartet, dat bestaat uit vier strijkers. Het resultaat van de samenwerking is een toegankelijke combinatie van moderne klassieke klanken en kamerjazz. Het stuk dat integraal ten gehore wordt gebracht gaat over de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog en heet ‘Ruins & Remains’. Hoewel het naast majeur ook mineurdelen bevat, ligt het geenszins zwaar op de maag. De suite uit tien aaneengesloten delen voor piano, slagwerk en strijkkwartet gaat over de innerlijke strijd van de mens, tegenslagen overwinnen, littekens oplopen. Gedurende de opvoering is het doodstil op het grote festivalterrein en veel mensen zijn gaan zitten. Dat het tegen het einde zachtjes begint te regenen is niet hinderlijk maar eerder toepasselijk. Nog voor het slotakkoord breekt de zon al weer weifelend door. Dit uur is voorbij gevlogen en we hadden het niet willen wissen, want deze muzikale contemplatie over de destructieve kant van de mens is ook een ode aan zijn veerkracht en dat kunnen we tenslotte allemaal wel gebruiken op deze brakke zondag. 

Peter Cat Recording Co. is een jazzband uit New Delhi. Frontman Suryakant Sawhney is een crooner met een gouden strot. De muziek doet ouderwets aan, maar is uitermate geschikt als anti-kater-zondagmuziek. Toch blijft het opletten geblazen, want de nummers bevatten verrassende breaks en de band schakelt moeiteloos van genre binnen een en hetzelfde nummer. Voer voor discussie dus; is dit nu jazz, bossanova of loungeachtige disco? Lekker belangrijk, een waarschuwend ‘Ssssssssst!’ van een geïnteresseerde festivalbezoeker houdt ons bij de les. Peter Cat Recording Co. weet te verrassen en rolt de rode loper uit naar de rest van het programma van de slotdag van ITGWO. Hopelijk heeft Concerto dat ook aanwezig is op het festival nog een exemplaar van het dit jaar verschenen album Bismillah over, want dat lijkt opeens een uitstekend souvenir.

Met Strand Of Oaks begeven we ons weer op voor ons vertrouwd terrein. Het project van de Amerikaanse singer/songwriter en producer Tim Showalter grossiert in indie-rock en americana die niet alleen lekker in het gehoor ligt, maar ook goed mee te zingen refreinen kent. Qua muziek doet Strand Of Oaks bij vlagen denken aan War On Drugs en My Morning Jacket en dat uit zich in een wonderschoon concert. Dit komt mede doordat uiteraard veel nummers voorbijkomen van het uitstekende dit voorjaar verschenen album Eraserland, zoals ‘Weird Ways’ en Ruby” , maar ook het anthem ‘Radio Kids’ gooit hoge ogen. Showalter en consorten zetten een show neer die menigeen zich nog lang zal herinneren, en dat komt niet alleen doordat het een van de laatste optredens van het festival is.

TootArd brengt een geslaagde mix van Touaregblues, reggae, psychedelische rock en Arabische muziek. Daarmee laten de broertjes Hasan (gitaar en zang) en Rami (drums) Nakhleh zich lastig in een hokje stoppen, maar geboren en getogen in bezet gebied, de Golanhoogvlakte, is dat waarschijnlijk het laatste wat zij willen. Dus waarom zouden wij? Het optreden valt goed bij het publiek, dat enthousiast meebeweegt op de woestijnblues met een psychedelisch randje. Er wordt geklapt, gedanst en gelachen. Muziek blijkt eens te meer een verbindende werking te hebben, die op menig gezicht een glimlach tovert van oor tot oor.

Parcels

Met een goed humeur melden we ons bij Parcels op het Sportveld. De Australiërs maken ons warm voor de traditionele afsluitende dj-set van St.Paul. Ze doen dit met een mellow variant van disco. Op funky ritmes wordt met hoge stemmen gezongen; een kruising van Daft Punk en Michael Jackson. Gitaarrifjes mengen knap met synthesizers. Het is geen muziek die een blijvende indruk achterlaat of lang blijft hangen. De chillwave gaat bij ons in ieder geval het ene oor in, het andere oor uit. Dit neemt niet weg dat het een goed gekozen afsluiter is, want het is erg druk op het Sportveld. Gevalletje wisdom of the crowds en over smaak valt niet te twisten. Bovendien, eerlijk is eerlijk, de Australiërs brengen gewoon een strak gespeelde set ten gehore.

Maar het laatste woord is aan DJ St. Paul, die ondanks een rugblessure voor de vijfde keer op rij voor de afsluitende deuntjes zorgt. Hij bouwt zijn set rustig op om vervolgens met steeds hardere beats uit te pakken. Een keur aan (meezing)hits van de afgelopen decennia komt in rap tempo voorbij. De bonte mix staat garant voor succes bij jong en oud en terwijl de zon langzaam ondergaat nadert Into The Great Wide open zo een extatisch einde, zonder dat het dramatische wordt. De laatste muntjes verdwijnen als sneeuw voor de zon en hoewel het feestje in De Bolder nog tot in de late uurtjes wordt voortgezet besluiten we dat dit een heerlijke afsluiter is van een heerlijk festival. Op naar Into The Great Wide Open 2020!

 

Verder Bericht

Vorige Bericht

Laat een reactie achter

© 2019 CHAOS Music Magazine

Thema door Anders Norén