Het online magazine voor eigenwijze muziek

Re:specting the Classics #1: Nirvana – Nevermind

Elke maand bespreekt Fabian Hofland een legendarisch album alsof het vandaag is uitgekomen

Het tweede Nirvana album katapulteerde de band van 3-men-in-a-van underground bandje tot stadion uitverkopende monster. Na het nog wat stuntelige ‘Bleach’ maakte Kurt Cobain een ongelofelijke sprong voorwaarts, zowel tekstueel als muzikaal. De nummers op Nevermind zijn bijna stuk voor stuk beter dan op het debuut, maar toch heeft het miljoenen verkopende album voor mij altijd een beetje rommelig en van de hak op de tak aangevoeld. Nu ga ik na ontelbare keren proberen dit album met frisse oren te beluisteren en eindelijk de vraag beantwoorden: hoe goed is Nevermind nu echt?

De Muziek

De plaat begint met het tiener-volkslied van de jaren 90’: ‘Smells Like Teen Spirit’. Een geweldige opener, hit of niet. Een gitaarriff die je bij de strot grijpt, een drum intro dat je een paar klappen om de oren geeft, hoe groots wil je een album beginnen? Je kan er lang en kort over praten, maar er is gewoon niks aan te merken op dit nummer. De overige singles zijn ook meteen de andere uitschieters van de plaat: het meer ingetogen en opvallend gevoelig gezongen ‘Come As You Are’, en ‘Lithium’, dat een nog meer intieme Cobain laat horen. Het gitaarspel is hier ingetogener en opvallend melodieus en de rollende baslijn krijgt terecht de hoofdrol. Het nummer laat een soort berusting horen. Dit is Nirvana op hun meest zelfverzekerd. Er zijn nog een aantal nummers die in positieve zin opvallen, zoals ’Drain You’ dat, zij het wat simpel, overtuigt door de psychedelische break halverwege, en ‘In Bloom’ dat behalve opvallend groovy misschien wel Cobain’s sterkste refrein ooit bevat. 

Daar tegenover staan ook een paar aanzienlijk minder sterke nummers, veelal omdat ze veel te simplistische zijn. ’Lounge Act’ heeft nog wel een leuke overgang naar het refrein, maar het klinkt allemaal erg ongeïnspireerd. ’Stay Away’ is een 3,5 minuut durende rammelbak die op twee simpele stukjes leunt die niets anders doen dan elkaar afwisselen. En ook ‘Breed’ is één basloopje, één gitaarlickje, wel een catchy refrein, maar het ‘She Said’ stukje doet daar direct afbreuk aan en de tekst heeft verder ook weinig om het lijf. Dat wil niet zeggen dat alle punky nummers de mindere goden zijn, want ’Territorial Pissings’ wordt met zoveel vuur en overgave gespeeld en gezongen dat het je onmogelijk ongeroerd laat.

De twee rustige nummers zijn goed voor de afwisseling, maar vooral door de wel erg sobere aanpak van ‘Polly’ laveert dat nummer op het randje tussen te saai en nog net goed. Ook hier is bassist Krist Novoselic de reddende engel en Nirvana’s geheime wapen. ’Something In The Way’ is beter geslaagd, vooral door de toevoeging van de cello en het fluisteren van Cobain, dat je bijna de speakers in trekt. Mooie afsluiter, als we verborgen cd track ’Endless, Nameless’ niet meetellen, wat ik niet doe aangezien het niet op LP versie staat en op de cd ook ver weg gestopt is.

De Productie

Voor deze recensie ben ik voor het eerst naar de productie gaan luisteren en die is niet echt optimaal. Het klinkt wel als een band, maar de leden zijn duidelijk niet live in dezelfde ruimte opgenomen. Het scheelt per nummer, of zelfs per deel van een nummer soms, of de drums wat meer achter in de mix zitten of dat de bas naar voren wordt gehaald. Maar hoe je het ook went of keert, je hoort de drie lagen (of meer) duidelijk los van elkaar. De coherentie is ver te zoeken. De dubbele gitaarpartijen van ’Teen Spirit’ verschelen onderling zelfs zoveel dat het bij vlagen rommelig wordt. Het had op een heleboel vlakken veel beter gekund, dat moge duidelijk zijn.

Het Oordeel

Muzikaal zijn er veel herhalingen van zetten. Vooral het drumwerk van de jonge Dave Grohl wisselt bijna uitsluitend tussen straf doortikken en fills bestaand uit tromgeroffel. De liedschrijver Cobain is nog niet waar hij moet zijn. Nirvana gebruikt veel trucjes om nummers leuk te houden, zoals de break in ‘Drain You’ en Cobain’s (anti-) gitaarsolo’s. Wat niet wegneemt dat hij, bijna overal, vanuit zijn tenen zingt, zijn gitaar aanvalt of het zijn grootste vijand is en grossiert in sterke refreinen en zanglijnen. Het groovy baswerk van Novoselic maakt achteraf bezien misschien wel een groter deel uit van het succes dan verwacht. Zijn rollende baslijnen zijn een goed contrast met het soms bijna te blikkerige gitaargeluid, waardoor sommige gitaarriffs bijna verzanden in een brei van ruis. De productie laat zoals gezegd ook te wensen over, maar aan het einde overheerst toch de emotie en heeft het album zoveel uitschieters dat je hem de missers vrij makkelijk vergeeft. Is dit album terecht een klassieker? Absoluut, al is het alleen al omdat het tot op de dag van vandaag nog steeds tieners weet te raken en het niks aan urgentie of zeggingskracht ingeboet heeft. Dat alleen is al bewonderenswaardig.

 

Verder Bericht

Vorige Bericht

Laat een reactie achter

© 2019 CHAOS Music Magazine

Thema door Anders Norén