Tekst: Susanne van Hooft
Foto’s: Bente van der Zalm

Het eerste album van het indiepopduo Seafret verscheen in 2016. Maar liefst vier jaar zat er dus tussen dit debuut en de opvolger ‘Most Of Us Are Strangers’, dat vorige week uitkwam. Was het gebrek aan inspiratie dat het zo lang duurde? Hoe anders is het om onbevangen een debuut te maken in vergelijking met een tweede album, waar dan mogelijk toch aardig wat druk op ligt? We vroegen het aan zanger Jack Sedman en gitarist Harry Draper, vlak voordat ze het podium van Paradiso Noord betraden.

Jack: ‘Het duurde een tijd voor dit nieuwe album kwam, omdat we het zo druk hadden. En ja, zo’n tweede album is wel anders. Het eerste album schreven we in een periode van een aantal jaar, vanaf het moment dat we elkaar hadden ontmoet. Voor dit album hebben we onszelf zeven weken lang in de studio opgesloten en we … ‘ Voordat Jack zijn zin af kan maken, valt Harry valt in: ‘… namen het in één keer op. Het vorige album was over een langere periode opgenomen, op verschillende plekken. Al die opnames bij elkaar werden het album. Terwijl we dit keer naar een studio gingen om het album te schrijven en op te nemen.’ Het tweetal maakt tijdens het interview veelvuldig elkaars zinnen af, zo is het op elkaar ingespeeld.

Waarom kozen jullie voor deze aanpak?
J: ‘We hadden eigenlijk niet de tijd om het over een langere periode uit te spreiden omdat we maar een bepaalde periode vrij hadden. In die periode moest het gebeuren. We hadden die zeven weken om liedjes af te maken, nieuwe liedjes te schrijven en op te nemen. Het pakte goed uit; het is goed om je soms een beetje onder druk te zetten.’
H: ‘Toen we naar de studio gingen hadden we al veel ideeën, maar we moesten ook nog veel schrijven. Voor het vorige album gingen we naar de studio en als we daar dan een tijdje waren, dan kwamen we in de ‘studiomindset’. Op dat moment word je creatief, maar dan heb je slechts een korte tijd voordat je de studio weer uit moet. Nu werden we creatief en konden we in de studio blijven. En het werkte gelukkig, godzijdank!’

Jullie namen wel een risico
H: ‘Ja ik weet het, we moesten en zouden, hoe dan ook. De vrouw van Ross Hamilton, de producer waar we mee werkten, stond op het punt om te bevallen. We hebben de nummers zo’n beetje opgenomen tot het moment dat ze ging bevallen. We hebben het zo lang mogelijk gerekt.’

Oké, dus jullie gedijen goed onder enige druk, maar was het niet een beetje teveel van het goede?
H: ‘Omdat we wisten dat we het konden, hebben we geprobeerd niet te veel druk te leggen op het proces.’
J: ‘Er waren wel wat uitdagende momenten. Op een gegeven moment hadden we elf liedjes en we wilden er graag twaalf. Ik had het gevoel dat er iets op het album ontbrak. Dat twaalfde nummer probeerden we toen te schrijven en het kwam maar niet.’
H: ‘We hadden het begin van een nummer met maar twee gitaarakkoorden. Hoewel we wisten dat het wat zou worden, werd de druk toen wel groot, want het liep tegen het eind van de opnames. Ross gaf toen ook aan dat hij er gestrest van werd, terwijl wij wisten dat er wat in zat. We hadden alleen nog maar die twee akkoorden, dat was stressvol.’
J: ‘En plotseling kwam het nummer ‘Most of Us Are Strangers’ toch. Toen we het uiteindelijk hadden opgenomen en terug luisterden, wist ik: dit was het ontbrekende stuk. Het was als in een puzzel, alle puzzelstukjes vielen in elkaar. Dat was het laatste wat we opnamen en de tijdsdruk maakte het wel lastig. Het is uiteindelijk zelfs het titelnummer geworden.’
H: ‘Dat nummer geeft het gevoel weer dat door het hele album heen loopt. Het verbond alle nummers met elkaar, maar we waren wel moe toen we klaar waren.’
J: ‘Het is er goed uitgekomen.’

Hoewel de band voor het debuutalbum Tell Me It’s Real getekend had bij Columbia Records, is de band inmiddels weer helemaal in de DIY modus.
H: ‘Hoewel we het goed hadden bij Columbia Records, wilden we zelf alle controle hebben.’
J: ‘We hebben voor dit album alles zelf gedaan, alles zelf opgenomen, alles zelf betaald. Dat betekende ook dat we alles zelf onder controle hadden, maar het maakte het ook extra spannend om dit album uit te brengen.’
H: ‘Bij de opnames van het eerste album hadden we de support van de grote platenmaatschappij. Je kunt van alles doen en je ziet niet wat het allemaal kost. Je kunt de beste studio en alle apparatuur tot je beschikking hebben.’
J: ‘Op dit album waren we beperkt met wat we hadden. Het proces, het schrijven en produceren van de liedjes gaat er ook sneller door, want je hebt niet tien verschillende keyboards die je kunt proberen. Je moet gebruiken wat je hebt, bedenken hoe je het geluid gaat maken wat je wilt en je moet inventief zijn. We hebben veel geleerd door het zo te doen.
H: ‘We wisten dat we dat konden en dat wilden we ook bewijzen aan onszelf. Meer nog aan onszelf dan aan anderen. En we hebben het gedaan. Het voelt zo veel beter nu. Toen we het album hadden gemasterd en het terug hoorden, na al het zware werk dat we hadden gedaan, vanaf het schrijven en opnemen, dat was geweldig.’
J: ‘Ik was echt heel trots; het gaf zo’n goed gevoel. We hebben het gevierd en onszelf genoeg gefeliciteerd. Haha.’

Wat is voor jullie belangrijk bij de liedjes die jullie schrijven?
J: ‘We schrijven liedjes die samenvallen met waar we in geloven. We willen niet op het podium staan en liedjes brengen waar we geen recht aan kunnen doen, die we live niet fatsoenlijk kunnen laten horen. Gelukkig denken we hier allebei zo over. Harry maakt muziek waar ik van houd en ik schrijf er teksten bij. Die vindt hij dan weer leuk, gelukkig.’
H: ‘We boffen dat we dat in elk geval hebben.’

Maar een beetje onenigheid kan toch ook wel eens goed zijn?
H: ‘We hebben soms wel verschillen, maar niet zo vaak.’
J: ‘Ja, we zijn het altijd wel eens. We kennen elkaar ook goed genoeg. Je weet hoe het is, als je iets maakt en je denkt dat iets geweldig is, dan heb je dat helemaal in je hoofd. Als iemand anders dan zegt: het is eigenlijk niet zo goed, dan is dat lastig om te verkroppen. Maar zoals wij met elkaar omgaan, de band die wij hebben is het makkelijker. Als de ander zegt: oké, ik zal er even over nadenken. Dan weet je al genoeg. Het is bijna alsof je getrouwd bent. Haha.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *